7 Vergunningvrij bouwen en ruimtelijke kwaliteit

Excessenregeling.

1. Tekst uit de Handreiking Vergunningvrij Bouwen en Ruimtelijke Kwaliteit
2. Wettelijke grondslag voor excessenregeling

3. Algemeen geldende excessenregeling - voorbeeldteksten
4. Gebiedsspecifieke excessenregeling - voorbeeldteksten
5. Jurisprudentie m.b.t. welstandsexcessen – samenvattingen en links

1. Tekst uit de Handreiking Vergunningvrij Bouwen en Ruimtelijke Kwaliteit

D. Repressieve maatregelen bij vergunningvrij bouwen

1. Welstand - excessenregeling

De welstandsnota is volgens wethouders het belangrijkste gemeentelijke instrument waarmee de beeldkwaliteit kan worden beïnvloed. Bouwwerken die niet voldoen aan redelijke eisen van welstand, kunnen geen omgevingsvergunning voor het bouwen krijgen (art. 12, Woningwet). Een onafhankelijke adviescommissie of stadsbouwmeester adviseert het college van B&W of bouwplannen voldoen aan de criteria uit de welstandsnota.

Vergunningvrije bouwwerken zijn uitgesloten van deze welstandsbeoordeling, zoals ze ook niet meer beoordeeld worden op de constructieve, energetische of brandveiligheidseisen van het Bouwbesluit. Formeel moeten deze bouwwerken nog wel voldoen aan redelijke eisen van welstand, er bestaat echter (anders dan bij overtredingen van het Bouwbesluit) geen mogelijkheid om sanctionerend op te treden, wanneer een eigenaar zich niet aan de welstandseisen houdt.
Er is echter één bepaling die de ruimte schept voor lokaal maatwerk: een bestaand bouwwerk mag namelijk nooit ‘in ernstige mate in strijd met redelijke eisen van welstand’ zijn, en dat geldt zowel voor het bouwwerk zelf, als voor het bouwwerk in zijn relatie tot de omgeving.
Deze bepaling, opgenomen in art.12, lid 1 van de Woningwet, is bedoeld om excessen op het gebied van welstand tegen te gaan. Een exces is een ‘evidente en ook voor niet-deskundigen duidelijk kenbare buitensporigheid van het uiterlijk van een bouwwerk’.

De welstandsnota moet criteria bevatten die duidelijk maken wanneer er sprake is van een exces. Nadat is vastgesteld dat zich ergens een mogelijk excessieve situatie voordoet, kan de gemeente aan de welstandscommissie vragen of er naar haar oordeel, met toepassing van de welstandscriteria voor excessen, inderdaad sprake is van een exces. Wanneer dat het geval is, kan de gemeente via een aanschrijving en daarop volgende bestuursdwang eisen dat aan de buitensporigheid een eind gemaakt wordt. Overigens is een advies van de welstandscommissie niet verplicht; b&w kunnen ook op eigen gezag vaststellen dat een bepaalde situatie ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’.

De meeste gemeenten hebben excessenregelingen in hun welstandsnota opgenomen.

2. Welstand – gebiedsspecifieke excessenregeling

De bovenstaande excessenregelingen gelden generiek voor de gehele gemeente. Niets staat er echter aan in de weg dat er gebiedsgerichte excessencriteria worden opgesteld. Het is bijvoorbeeld goed denkbaar dat een gemeente niet kan toestaan dat in bepaalde woonwijken de rode pannendaken belegd worden met blauw glanzende zonnepanelen, terwijl dat in andere wijken minder bezwaarlijk hoeft te zijn. Weliswaar staan in twee van de bovenstaande voorbeelden al verwijzingen naar de gebiedsgerichte criteria, maar het is voorstelbaar dat een nadere specificatie gewenst is.

Een verregaande vorm van een gebiedsspecifieke excessenregeling wordt toegepast in de bijzondere wijk Sveaparken in Schiedam. Deze wijk kent een open structuur met veel semi-openbare binnenterreinen, met zorgvuldig ontworpen publieke ruimte.
In de welstandsparagraaf voor deze wijk zijn standaardontwerpen uitgewerkt voor dakkapellen, dakramen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, erfafscheidingen en tuinmeubilair. De gemeente wil graag dat de bijzondere, Zweedse, uitstraling van de wijk behouden blijft en stimuleert daarom ontwerpen die voldoen aan de uitgewerkte standaardontwerpen.
Dat bereikt de gemeente door in de excessenregeling op te nemen dat elk ontwerp dat afwijkt van het standaardontwerp per definitie ‘in ernstige mate’ in strijd is met de welstandseisen. Daartegen kan dus door middel van een aanschrijving worden opgetreden.
In de welstandsparagraaf zijn voor vergunningvrije dakkapellen, bijvoorbeeld, de volgende criteria opgenomen:

Preventief:
Een dakkapel voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als deze identiek is aan de in deze paragraaf voor dat type woning vastgestelde standaardkapel met inbegrip van de plaats in het dak.
Repressief:
Dakkapellen, die gelet op formaat, vorm, materiaalgebruik en detaillering afwijken van het voor dat type woning vastgestelde standaardmodel vormen een onaanvaardbare verstoring van de in de algemene criteria geformuleerde beeldkwaliteit en worden geacht ernstig in strijd te zijn met redelijke eisen van welstand. Bij realisering daarvan is dan ook sprake van een exces.
Dakkapellen geplaatst in afwijking van de bij de standaard bepaalde plaats in het dak leiden tot een onevenredige rangschikking van de kapellen op het blok en daarmee tot een onaanvaardbare verstoring van de in de algemene criteria geformuleerde beeldkwaliteit en worden geacht ernstig in strijd te zijn met redelijke eisen van welstand. Bij realisering daarvan is dan ook sprake van een exces.


In deze bijzondere situatie vallen de criteria voor een exces feitelijk samen met de ‘gewone’ welstandscriteria. Dat is niet door de wetgever beoogd. De gebiedsgerichte welstandscriteria zijn bedoeld om de ondergrens van ‘redelijke eisen’ van welstand aan te geven: in vergelijking met de rapportcijfers zijn de normale welstandscriteria bedoeld om te voorkomen dat een specifiek bouwwerk lager scoort dan een zes-min. De excessencriteria zijn bedoeld voor overduidelijke wanstaltigheid: om te voorkomen dat er lager gescoord wordt dan een rapportcijfer drie. Toch is het voorstelbaar dat in hele specifieke situaties al heel gauw sprake zal zijn van een exces.


2. Wettelijke grondslag voor excessenregeling                                  (naar boven ↑)

De grondslag voor een excessenregeling is gelegen in de art. 12,12.a en 13.a van de Woningwet:

Bron:
www.overheid.nl;
Woningwet, geldend op 3 december 2010

Artikel 12
1. Het uiterlijk van:
•    a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een bouwwerk, niet zijnde een seizoensgebonden bouwwerk, waarvoor in de omgevingsvergunning is bepaald dat dit slechts voor een bepaalde periode in stand mag worden gehouden;
•    b. een te bouwen bouwwerk voor het bouwen waarvan op grond van artikel 2.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geen omgevingsvergunning is vereist, mag niet in ernstige mate in strijd  zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel b.
2. De gemeenteraad kan besluiten dat, in afwijking van het eerste lid en artikel 2.10, eerste lid, onder d, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor een daarbij aan te wijzen gebied of voor een of meer daarbij aan te wijzen categorieën van bestaande en te bouwen bouwwerken geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn.
3. Voor zover de toepassing van de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel a, leidt tot strijd met het bestemmingsplan of met in de bouwverordening opgenomen voorschriften van stedenbouwkundige aard, blijven die criteria buiten toepassing.
4. De gemeenteraad betrekt de ingezetenen van de gemeente en belanghebbenden bij de voorbereiding van besluiten krachtens het tweede lid op de wijze voorzien in de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet vastgestelde verordening.

Artikel 12a
1. De gemeenteraad stelt een welstandsnota vast, inhoudende beleidsregels waarin in ieder geval de criteria zijn opgenomen die het bevoegd gezag toepast bij de beoordeling:
•    a. of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk waarop de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft, zowel op zichzelf beschouwd, als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd zijn met redelijke eisen van welstand;
•    b. of het uiterlijk van een bestaand bouwwerk in ernstige mate in strijd  is met redelijke eisen van welstand.
2. Artikel 12, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling of wijziging van de welstandsnota.
3. De criteria, bedoeld in het eerste lid:
•    a. hebben geen betrekking op bouwwerken, waarvoor in de omgevingsvergunning wordt bepaald dat deze slechts voor een bepaalde periode in stand mogen worden gehouden, met uitzondering van seizoensgebonden bouwwerken;
•    b. zijn zoveel mogelijk toegesneden op de onderscheiden categorieën bouwwerken;
•    c. kunnen verschillen naargelang de plaats waar een bouwwerk is gelegen.

Artikel 13a
Indien niet wordt voldaan aan artikel 12, eerste lid, kan het bevoegd gezag, tenzij toepassing is gegeven aan het tweede lid van dat artikel, degene die als eigenaar van een bouwwerk dan wel uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen daaraan, verplichten tot het binnen een door hem te bepalen termijn treffen van zodanige door hem daarbij aan te geven voorzieningen, dat nadien wordt voldaan aan artikel 12, eerste lid.

De conclusie uit deze tekst moet zijn dat bestaande bouwwerken en vergunningvrije bouwwerken niet in ernstige mate in strijd mogen zijn met redelijke eisen van welstand, en dat het bevoegd gezag gerechtigd is via bestuursdwang te eisen dat dit gebrek hersteld wordt. De welstandsnota dient, naast de gewone welstandscriteria, ook criteria te bevatten die duidelijk maken wanneer een bouwwerk ‘in ernstige mate in strijd’ is met redelijke eisen van welstand.

Art. 12.2 stelt dat deze excessencriteria niet van toepassing zijn voor gebieden of voor bouwwerken, waarvan de gemeenteraad heeft bepaald dat er geen redelijke eisen van welstand gelden. Wel is het mogelijk dat in de welstandsnota bepaald wordt (maar dat moet dan uitdrukkelijk gebeuren) dat in een overigens welstandsvrij gebied alleen de excessencriteria gelden.

Uit art. 12.a.3 volgt dat ook de excessen-criteria gebiedsgericht kunnen worden opgesteld, en zoveel mogelijk moeten zijn toegesneden op de onderscheiden categorieën van bouwwerken. Indien er geen excessencriteria worden opgesteld, is het niet mogelijk om repressief, corrigerend, op te treden tegen een bouwwerk dat uit welstandsoogpunt als een exces moet worden beschouwd.

Boekel

Boekel is welstandsvrij. Er kan dus ook niet worden opgetreden tegen excessen. Deze tekst staat al vijf jaar, tot ongenoegen van de buren, op de gevel van Kerkstraat 1.

Excessencriteria zullen altijd relatieve criteria zijn. Het is immers per definitie zo dat een exces een onvoorspelbare buitensporigheid betreft. Niemand had kunnen voorzien dat een Friese huiseigenaar een schutting zou bouwen van onbehandeld piepschuim: in de betreffende welstandsnota is dan ook niet opgenomen dat een onbehandelde piepschuimen schutting een exces is, maar wel dat bouwwerken van armoedige materialen, contrasterende kleuren en vormen of detailleringen die in het gebied ernstig detoneren beschouwd moeten worden als een exces.

schutting Friesland


Toepassing van de excessenregeling

De criteria voor ‘ernstige strijd met redelijke eisen van welstand’ zijn bedoeld voor buitensporigheden in het uiterlijk, die ook voor niet-deskundigen evident zijn.
De excessenregeling is dus bedoeld voor uitzonderlijke situaties. Blijkens de jurisprudentie volgt daaruit dat toepassing van de excessenregeling een bijzondere behandeling vergt. Altijd zal precies gemotiveerd moeten worden waarom een specifiek geval inderdaad beschouwd wordt als een zodanig ingrijpend exces, dat handhavend optreden geëigend is. De naar hun aard globale excessencriteria zullen op de specifieke situatie expliciet geïnterpreteerd moeten worden.
Dat blijkt onder meer uit de volgende uitspraak:

bron: Rechtbank Arnhem dd. 25-2-2008 (LJN BC5444). De Arnhemse welstandsnota bevat als excessencriterium o.m. het volgende: “(…) het beplakken/dichtplakken van ruiten met folie, reclames met plakletters, etsglas etc. bij bedrijven en winkels, die zich juist naar de openbare ruimte dienen te presenteren met een optimale transparantie…”
Een etalageruit aan de Steenstraat was aan de onderzijde met oranje plakfolie beplakt, voorzien van het logo van het daar gevestigde bedrijf. De welstandscommissie gaf desgevraagd als advies dat de betreffende beplakking in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand, en baseerde zich op bovenstaand criterium. De Rechtbank merkt daarover het volgende op:
“De rechtbank is van oordeel dat het bovenaangehaalde criterium uit de welstandsnota dusdanig ruim is geformuleerd, dat het enkele gegeven dat een zekere situatie daarmee niet in overeenstemming is, op zichzelf nog niet voldoende is om aan te kunnen nemen dat sprake is van een exces. De aard van de bepaling in artikel 19 van de Woningwet brengt, gezien de daarin opgenomen verstrekkende bevoegdheid, naar het oordeel van de rechtbank met zich mee dat hiervan uitsluitend in uitzonderlijke omstandigheden gebruik mag worden gemaakt. Daarmee acht de rechtbank niet in overeenstemming dat die bevoegdheid zou kunnen worden benut in elke situatie waarin in enige vorm beplakking is aangebracht op een etalageruit. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de vraag of aanleiding bestaat voor toepassing van artikel 19 van de Woningwet, naast een beoordeling van de toepasselijkheid van de criteria uit de welstandsnota, een afzonderlijke beoordeling vergt die is toegespitst op de omstandigheden van het geval.”
De rechtbank vindt bovendien dat, wanneer handhavend opgetreden wordt tegen een exces, op het college een grotere motiveringsplicht rust, dan wanneer een ‘gewoon’ welstandsoordeel wordt gegeven. In het laatste geval is in de regel een verwijzing naar het welstandsadvies voldoende, bij een exces kan dat volgens de rechtbank niet volstaan.
Daar voegt de rechtbank nog aan toe dat de bevoegdheid van de gemeente met betrekking tot excessen niet zo ver gaat dat een incidenteel geval mag worden aangepakt met de bedoeling om op de lange termijn langs deze weg een welstandshalve verloederd gebied te verbeteren.

Daar staat tegenover dat, wanneer sprake is van een welstandsexces, de overheid daar altijd tegen behoort op te treden. In een uitspraak uit het jaar 2003 (LJN: AO0886) bepaalt de Raad van State:

bron: Raad van State dd. 24-12-2003 (LJN AO0886) 2.4 Indien een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand kan alleen in een bijzonder geval van handhavend optreden worden afgezien.

Er is geen reden om aan te nemen dat dat oordeel – ondanks diverse wetswijzigingen in de tussentijd – tegenwoordig inhoudelijk anders luiden.

3. Algemeen geldende excessenregeling. Voorbeeldteksten              (naar boven ↑)

Een veel voorkomende tekst luidt als volgt:

MODELTEKST

bron: welstandsnota Zaanstad

De gemeente hanteert bij het toepassen van de excessenregeling het criterium dat er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Vaak heeft deze betrekking op:

•    Het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk van zijn omgeving;
•    Ernstig verval van bouwwerken;
•    Het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk;
•    Armoedig materiaalgebruik;
•    Toepassing van felle en (sterk) contrasterende kleuren;
•    Te opdringerige reclames; en
•    Een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is (zie daarvoor de gebiedsgerichte welstandscriteria).

Vergunningvrije bouwwerken die voldoen aan de welstandscriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen zijn in elk geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand.

Soms wordt hieraan nog de opmerking toegevoegd: "Het zal duidelijk zijn dat in een gebied waarvoor een hoog welstandsniveau is vastgesteld er eerder sprake kan zijn van een exces dan in een gebied met een laag niveau." (bijvoorbeeld in de welstandsnota van Middelburg)

Het is daarnaast mogelijk om de excessenregeling niet te vatten in expliciete criteria, maar te relateren aan de gebiedsgerichte welstandscriteria, zoals bijvoorbeeld in een aantal gemeenten in Noord-Oost Nederland gebeurt:

MODELTEKST

bron: welstandsnota Haren (Groningen) pg. 14
(…) een bouwwerk is in ernstige mate in strijd met redelijke eisen van welstand indien sprake is van excessen. Hiervan is sprake indien flagrante strijdigheid bestaat met de in deze welstandsnota opgenomen criteria. Van excessen kan bijvoorbeeld sprake zijn  bij te opdringerige reclame-uitingen, toepassing van felle of contrasterende kleuren en/of armoedig materiaalgebruik. Bij repressief welstandstoezicht ligt – conform het gemeentelijk handhavingsbeleid – een hoge prioriteit bij het voorkomen van excessen in kwetsbare gebieden (…)

Een minimum-variant komt ook voor

MODELTEKST

bron: welstandsnota Aa en Hunze
Onder excessen worden verstaan: ernstige strijd met redelijke eisen van welstand en buitensporigheden in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident zijn. Hierbij te denken aan te opdringerige reclame-uitingen, toepassing van felle, contrasterende kleuren en/of armoedige materiaalgebruik.

4. Gebiedsspecifieke excessenregeling - voorbeeldteksten              (naar boven↑)

De enige gebiedsspecifieke excessenregeling die bij de Federatie Welstand bekend is, is de in het boekje genoemde regeling in de welstandsnota van de Schiedamse wijk Sveaparken.

Als voorbeeld treft u hierbij de tekst aan uit de welstandsnota voor Sveaparken, die betrekking heeft op dakkapellen.

bron:

Gemeente Schiedam: "De welstands-paragraaf voor Sveaparken"

Inleiding:

Een dakkapel is een uitspringend dakvenster, aangebracht op het hellende dakvlak, meestal van een woning. Vroeger bedoeld ter verlevendiging van de vaak grote dakvlakken. In de vorige eeuw echter heeft de dakkapel plaatselijk een nadere functionele betekenis gekregen.
Naast de toetreding van licht en lucht biedt de dakkapel al zodanige ruimtewinst, dat de onder het dak gelegen ruimte effectiever kan worden gebruikt en (meer) geschikt is als verblijfsruimte.
Deze behoefte aan ruimtevergroting heeft meestal tot gevolg, dat bewoners de grootst mogelijke dakkapel wensen. De bewoner streeft er op deze wijze naar een grotere woning te verkrijgen dan veelal in stedenbouwkundige zin op die locatie was bedoeld. Vooral bij een hoge bebouwingsdichtheid tast dit de kwaliteit van het omgevingsbeeld aan.


standaardkapel Sveaparken

Standaard-dakkapel in Sveaparken

Algemene uitgangspunten:

De grootte van een dakkapel moet in een redelijke verhouding staan tot de afmetingen van het dak, zodanig dat het dak duidelijk als zodanig herkenbaar is en gevel en straatbeeld niet worden verstoord. Een dakkapel moet in zekere mate ondergeschikt zijn aan het dakvlak en onderdeel zijn van en bijdragen aan de architectuur van de woning.
In Sveaparken zullen dakkapellen altijd vanaf het openbaar gebied zichtbaar zijn, zodat geen onderscheid wordt gemaakt tussen dakkapellen op het voor- of achterdakschild. De vormgeving is in dit gebied bedoeld ter verlevendiging van het dakvalk en ter ondersteuning van de architectuur.
Gekozen is voor eenvormige dakkapellen, meestal in zadeldakvorm, bij dezelfde woningtypen door standaardisering en regelmatige rangschikking.

De standaardkapellen

Bij de ontwikkeling van de woningbouwprojecten is in beginsel een standaardmodel mee ontworpen door de architect. Met de vaststelling van deze nota zijn impliciet deze standaarddakkapellen evenals de plaats van de kapellen in het dak vastgelegd en zullen zij van toepassing zijn op in serie gebouwde woningen van hetzelfde type.
De gemeente zal deze ontwerpen bij de beoordeling van bouwaanvragen als standaardmodel hanteren, wat betekent, dat zij als verplicht zijn voorgeschreven en afwijkingen daarvan niet zullen worden toegestaan.
Voor projecten waar (nog) geen standaarddakkapel is vastgesteld en voor alle individueel vormgegeven woningen gelden de algemene uitgangspunten voor dakkapellen.

Het welstandsregime

Preventief:
Een dakkapel voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als deze identiek is aan de in deze paragraaf voor dat type woning vastgestelde standaardkapel met inbegrip van de plaats in het dak.

Repressief:
Dakkapellen, die gelet op formaat, vorm, materiaalgebruik en detaillering afwijken van het voor dat type woning vastgestelde standaardmodel vormen een onaanvaardbare verstoring van de in de algemene criteria geformuleerde beeldkwaliteit en worden geacht ernstig in strijd te zijn met redelijke eisen van welstand. Bij realisering daarvan is dan ook sprake van een exces.
Dakkapellen geplaatst in afwijking van de bij de standaard bepaalde plaats in het dak leiden tot een onevenredige rangschikking van de kapellen op het blok en daarmee tot een onaanvaardbare verstoring van de in de algemene criteria geformuleerde beeldkwaliteit en worden geacht ernstig in strijd te zijn met redelijke eisen van welstand. Bij realisering daarvan is dan ook sprake van een exces.

5. Jurisprudentie. Samenvattingen en links                                          (naar boven ↑)

Er geen overstelpende hoeveelheid jurisprudentie te vinden over toepassing van de excessenregeling bij welstandskwesties. De hieronder genoemde voorbeelden zijn alle bij de Federatie Welstand bekende uitspraken die een relatie hebben tot welstandsexcessen. Ze worden in chronologische volgorde opgenomen, vanaf 2003 - het jaar dat de nieuwe Woningwet van kracht werd. Door te klikken op de titel, komt u terecht bij de integrale uitspraak.

Malden, witte in plaats van groene loods: exces?
Raad van State, 24-8-2011
In het buitengebied verschijnt een grote witte loods, kennelijk in strijd met de vergunning waarin een groene kleur voorzien is. Omwonenden klagen en wensen dat de loods groen geschilderd wordt, en dat de gemeente handhavend optreedt. De welstandscommissie van het Gelders Genootschap bevestigt dat de witte kleur in strijd is met de welstandseisen.
De gemeente zegt dat niet handhavend opgetreden wordt, omdat voor het schilderen van de loods geen vergunning op grond van de bouwregelgeving nodig is, en een groene loods dus straffeloos in wit overgeschilderd zou kunnen worden. Bovendien bestrijdt de gemeente het welstandsoordeel en zegt dat er geen sprake is van een exces. Volgens de gemeente staan er in de omgeving meer gebouwen die geheel of gedeeltelijk wit zijn.
De gemeente concludeert daaruit dat handhavend optreden een onevenredige maatregel zou zijn die de belangen van de eigenaar zwaarder zou treffen dan het welstandsbelang. De Raad van State billijkt die motivering van de gemeente en verklaart het beroep ongegrond. Daaruit blijkt dus dat er voor de gemeente een flinke ruimte is om, in strijd met het oordeel van de welstandscommissie, een eigen opvatting te hebben over de vraag wanneer er sprake is van een exces.

Heerhugowaard, zendmast, excessenregeling
Rechtbank Alkmaar. Uitspraak 26-2-2009, publicatie 14-4-2011
De gemeente Heerhogowaard gelast een bewoner om een antenne-vakwerkmast van zijn dak te halen, omdat deze ‘ in ernstige mate in strijd is’ met redelijke eisen van welstand. Het gaat volgens de gemeente dus om een welstandsexces. De rechtbank bepaalt, onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis, dat de excessenregeling nooit gebruikt kan worden om de bouw van een bepaald bouwwerk onmogelijk te maken, ook niet als het om een vergunningvrij bouwwerk gaat. De excessenregeling kan zich keren tegen de vormgeving, de kleur en/of het materiaalgebruik, maar niet tegen het bouwwerk zelf.

Oss, uitbreiding dakkapel, exces
Raad van State, 23-2-2011
Een dakkapel op een bijgebouw in de achtertuin in Oss wordt zodanis uitgebreid dat per saldo sprake is van een tweede bouwlaag, waarin de dakkapel eigenlijk niet meer te herkennen is. De dakkapel is in 2000 met bouwvergunning gerealiseerd, hoewel ook toen al welstandsbezwaren bestonden. Wegens een vergelijkbaar geval iets verderop is de welstandscommissie toen echter akkoord gegaan. Met deze uitbreiding ontstaat echter een nog ernstiger inbreuk op de welstandseisen. De welstandscommissie meent dat er sprake is van een exces, waarvoor geen vergunning kan worden verleend. De Raad van State bevestigt de conclusie dat geen bouwvergunning kan worden verleend.

Overbetuwe. Vergunningvrije antenne
Voorlopige voorziening Raad van State, publicatie 13-10-2010
De antenne op het achterdakvlak is vergunningvrij. Volgens de gemeente – die het advies van de welstandscommissie volgt – is de antenne in ernstige mate in strijd met redelijke eisen van welstand en derhalve een exces. In deze voorlopige voorziening bepaalt de Raad van State dat het geen uitgemaakte zaak is dat het welstandsexces belangrijker is dan de het Europese recht op het uitzenden van boodschappen, en dus hoeft de antenne niet verwijderd te worden totdat in de bodemzaak beslist is.

Giessenlanden, 'Jezus redt' op het dak moet verwijderd

Raad van State, 14-7-2010

De tekst 'Jezus redt' die in sterk contrasterende witte dakpannen is aangebracht is ernstig in strijd met redelijke eisen van welstand: de excessenregeling uit de welstandsnota is van toepassing. Dit is een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is. De vraag of vele mensen zich er aan ergeren - een aspect dat is opgenomen in de excessenregeling - hoeft volgens de Raad van State niet zelfstandig getoetst te worden. De vrijheid van meningsuiting is volgens de Raad van State niet zodanig in geding, dat het betreffende pand in ernstige mate in strijd met redelijke eisen mag blijven.

De Raad van State stelt vast dat redelijke eisen van welstand een belang kunnen zijn waarvoor de vrijheid van meningsuiting moet wijken, vanwege het voorkomen van wanordelijkheden en om de rechten van anderen te beschermen. De inhoud van de tekst is in deze procedure niet in geding.

N.a.v. deze uitspraak heeft de eigenaar zijn dakpannen oranje en rood geschilderd. De gemeente meende dat hij daarmee geen uitvoering gaf aan de uitspraak van de Raad van State en legde een dwangsom op. In een kort geding heeft de eigenaar met succes betoogd dat in de uitspraak de nadruk gelegd is op de contrsaterende kleur wit. De kort gedingrechter heeft de gemeente gelast een nieuwe beoordeling te maken van de vraag of de nu oranje en rode letters een welstandsexces vormen.
Deze kort geding uitspraak leest u hier. En de oorspronkelijke uitspraak, in eerste instantie, van de Rechtbank Dordrecht uit 2009 treft u hier.
De gemeente is tenslotte met de eigenaar van de schuur overeengekomen dat de geschilderde pannen vervangen worden door zachtrode pannen, die in de omgeving gebruikelijk zijn, en dat de tekst kleiner wordt gemaakt.

Giessenlanden1
Giessenlanden2

Helmond, excessenregeling witgeschilderde gevel
Raad van State, LJN BN1861, 12-7-2010
De welstandscommissie meent dat een witgeschilderd vlak op de gevel van een woning in Helmond 'in ernstige mate' in strijd is met redelijke eisen van welstand. Blijkens de criteria uit de welstandsnota is er sprake van een exces als zich een buitensporigheid in het uiterlijk van een bouwwerk voordoet, die ook voor niet-deskundigen evident is.
Volgens de eigenaar van het pand is de witgeschilderde gevel helemaal niet zo'n buitensporigheid, volgens de welstandscommissie wel degelijk, omdat de leesbaarheid van de gevelwand afneemt.
De Raad van State gaat akkoord met deze toepassing van de excessenregeling.

Venlo, illegale handelsreclame
Raad van State, 25-11-2009
Een ondernemer heeft op twee winkelpanden reclames laten aanbrengen, zonder daarvoor een vergunning aan te vragen die op grond van het reclamebeleid en de APV van Venlo wel vereist is. Hoewel er geev vergunningaanvraag was, zijn de reclames ambtshalve voor advies voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van Venlo. Die oordeelde dat ze in strijd zijn met het reclamebeleid en in ernstige mate in strijd met redelijke eisen van welstand. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel van verweerder treft geen doel.

Amsterdam, roze gevel De Pijp
Raad van State, uitspraak 2 april 2008
Een eigenaar van een woonhuis in de Pijp schilderde zijn gevel roze. Al schilderend werd door een inspecteur van Bouw- en Woningtoezicht opgemerkt dat deze activiteit mogelijk aangemerkt kan worden als een welstandsexces. De welstandscommissie sprak inderdaad uit dat de roze gevel sterk contrasteert met de omliggende panden en in strijd is met het welstandsbeleid.
In de excessenregeling van de welstandsnota van de deelraad wordt bepaald dat contrasterende kleuren 'ernstig in strijd' zijn met redelijke eisen van welstand. De eigenaar wordt gelast de roze verf te verwijderen, op boete van een dwangsom.
Lees hierover ook het commentaar in Oog voor Welstand nr. 13.

Arnhem, oranje plakfolie op winkelruit
Rechtbank Arnhem, 29-2-2008
De excessenregeling, waarin het beplakken van winkelruiten als criterium wordt genoemd, is volgens de Rechtbank te ruim geformuleerd. Wil een beroep op deze excessenregeling slagen, dan moet specifgiek worden aangegeven waarom in het betreffende geval inderdaad sprake is van ernstige strijd met redelijke eisen van welstand. Een niet nader gemotiveerd beroep op de excessencriteria is dan onvoldoende.

Deventer, reclame op transformatorhuisjes
Rechtbank Zwolle, uitspraak 25-05-2007, publicatie: 11-06-2007
De welstandscommissie in Deventer meent dat reclame op transformatorhuisjes ernstig in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. De gemeente weigert op grond daarvan bouwvergunning voor de metalen frames die de reclameposters bevatten. De rechtbank stelt vast dat voor de frames een bouwvergunning vereist is omdat door het aanbrengen van een reclameobject de functie van een transformatiehuisje wordt gewijzigd; dit is geen wijziging van 'niet-ingrijpende aard', zodat bouwvergunning noodzakelijk is. De rechter onderschrijft het betoog van de welstandscommissie dat een reclameframe op een transformatorhuisje iets heel anders is dan zo'n reclameframe op een abri.Het feit dat de welstandscommissie Almere een ander oordeel heeft dan die in Deventer is voor de rechtbank niet relevant.

Amsterdam, excessen bij reclameborden.
Rechtbank Amsterdam. LJN BA 6115, 12-4-2007
Twee reclameborden in Amsterdam-West zijn in ernstige mate in strijd met welstandseisen. Bovendien is voor de borden nooit een bouwvergunning verleend. Toch zegt de rechtbank dat de gemeente hiertegen niet handhavend mag optreden omdat de illegale situatie al sinds medio jaren tachtig bestond en destijds uitdrukkelijk is gedoogd. Het feit dat sinds 1999 uit jurisprudentie blijkt dat voor dergelijke reclameborden een bouwvergunning nodig is wijzigt niets aan het feit dat de eigenaar mocht vertrouwen dat er niet meer tegen de illegale situatie zou worden opgetreden. De rechtbank gaat niet in op het feit dat de welstandscommissie over ‘ernstige’ strijd met welstandseisen spreekt en dus de excessenregeling uit de Woningwet (art. 19) aanroept.

Eindhoven, schilderwerk en stripfiguren
Rechtbank ’s Hertogenbosch, LJN AQ7518, 19-8-2004
Schilderwerk in gevel en garage, het aanbrengen van een cartoon en het plaatsen van kunststof kozijnen zijn dermate ontsierend in de uitbreidingswijk die een bijzondere architectonische eenheid vormt, dat volgens de geraadpleegde welstandscommissie sprake is van een exces. Ook toen de kleur van blauw-wit gestreept naar groen werd veranderd, is de eenheid van de stedenbouwkundige opzet ernstig verstoord, volgens de welstandscommissie. De gemeente gelast de eigenaar daarop het pand terug te brengen in de oorspronkelijke kleurstelling en met de oorspronkelijke materialen.
Toen deze zaak speelde had de gemeente Eindhoven nog geen welstandsnota vastgesteld en derhalve ook geen excessencriteria. Er is dus – terecht, aldus de rechtbank – gehandeld conform de regels die golden voor 1 januari 2003.

Mook en Middelaar. Lichtgele gevel
Bestuursdwang tegen een gevel die lichtgeel geschilderd is en houtwerk dat is gevernist.
In ernstige mate strijdig met redelijke eisen van welstand. De gemeente mag alleen in bijzondere gevallen afzien van handhavend optreden. Bestuursdwang terecht toegepast.
LJN-nummer: AO0886 Zaaknr: 200303166/1
Bron: Raad van State 's-Gravenhage
Datum uitspraak: 24-12-2003
Datum publicatie: 24-12-2003

Amsterdam. Oranje reflecterende gevels op privé-binnenterrein
Oranje, reflecterende gevels op gebouw binnenterrein. Van rechtswege verleende vergunning. Omwonenden klagen te laat, maar hadden geen kennis kunnen nemen van kleur- en materiaalgebruik, omdat iets anders is gerealiseerd dan was aangevraagd. De gemeente moet een nieuw besluit over de bouwaanvraag nemen, ook al is het gebouw al in december 2000 voltooid. Omdat de welstandscommissie in een brief heeft geschreven dat ze zich het effect van de oranje kleur onvoldoende heeft gerealiseerd, kan de gemeente een nieuw besluit niet zonder meer baseren op het oude welstandsadvies.
LJN-nummer: AH9489 Zaaknr: AWB 01/2453 BESLU, AWB 01/2454 BESLU, AWB 01/2455 BESLUBron: Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak: 7-07-2003

Thonik

Beesel. Aluminium kozijnen
Welstandsoordeel dat aluminium kozijnen niet passen ‘gezien de karakteristiek van het bestemmingsplan’, is onvoldoende gemotiveerd – zeker nu het beeldkwaliteitsplan slechts een relatie legt tussen duurzaam bouwen en materiaalgebruik, maar niet tussen welstand en het materiaal van de kozijnen.
LJN-nummer: AF9833 Zaaknr: 200204724/1
Bron: Raad van State 's-Gravenhage
Datum uitspraak: 11-06-2003

Amsterdam. Gevelreiniging
Het betreft gevelreiniging. Hoewel de welstandscommissie meent dat een vuile gevel gereinigd moet worden, omdat ze in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand (excessenregeling art. 19 Woningwet), meent de Raad van State dat de commissie dat oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd.
LJN-nummer: AF9813 Zaaknr: 200204988/1
Bron: Raad van State 's-Gravenhage
Datum uitspraak: 11-06-2003

Amsterdam. Rood geschilderde gevel
Het betreft een rood geschilderde gevel van een woonhuis. Ernstig in strijd met redelijke eisen van welstand en moet ongedaan gemaakt worden.
LJN-nummer: AF0785 Zaaknr: 200202915/1
Bron: Raad van State 's-Gravenhage
Datum uitspraak: 20-11-2002

Amsterdam. Kleuverschil in gevels
Kleurverschil in gevels is op zichzelf onvoldoende voor de opvatting dat er sprake is van ‘ernstige strijd met redelijke eisen van welstand’. De betrokkene hoeft zijn gevel niet te reinigen.
LJN-nummer: AF2468 Zaaknr: 200200008/1
Bron: Raad van State 's-Gravenhage
Datum uitspraak: 24-12-2002

Leeuwarden. Blauw geschilderde gevel
Blauw geverfde gevel is ernstig in strijd met redelijke eisen van welstand. Excessenregeling (art 19 WW). Bestuursdwang onder last van dwangsom terecht opgelegd.
LJN-nummer: AE7020 Zaaknr: 02/622 GEMWT & 02/623 GEMWT
Bron: Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak: 27-08-2002

Margraten. Lavendelblauwe kapsalon.
Ook volgens de second-opinion commissie uit een andere gemeente is de lavendelblauwe verflaag een exces. Terecht wordt geëist dat het pand wordt overgeschilderd in een wel acceptabele kleur, want alleen in uitzonderlijke gevallen mag een gemeente afzien van het optreden tegen een welstandsexces.
LJN-nummer: AE5452. Raad van State, 17-7-2002


Deze pagina is bijgewerkt op 2011-01-12