5 Vergunningvrij bouwen en ruimtelijke kwaliteit

De begrippen ‘erf’ en ‘achtererf’

1. Tekst uit de Handleiding Vergunningvrij Bouwen en Ruimtelijke Kwaliteit
2. Interpretatie van de helpdesk Bouwregelgeving
3. Jurisprudentie
4. Discussie

1. Tekst uit de Handleiding Vergunningvrij Bouwen en Ruimtelijke Kwaliteit

Bestemmingsplan — beperkingen aan het begrip ‘erf’ en ‘achtererf’
Vergunningvrij bouwen is uitsluitend toegestaan in het achtererfgebied. Het Besluit Omgevingsrecht hanteert zijn eigen definitie van dat begrip: ‘erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant, van het hoofdgebouw’. Vervolgens is in het BOR ook een definitie opgenomen van het begrip ‘erf’: ‘al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden’.
In principe is een erf dus het terrein dat rondom een hoofdgebouw gelegen is – zelfs als in het bestemmingsplan sprake is van ‘tuin’, dan gaat het dus volgens het BOR om een erf waarop kleine vergunningvrije bouwwerken gerealiseerd kunnen worden. Interessant is echter de toevoeging dat een erf feitelijk ingericht moet zijn voor gebruik door het hoofdgebouw, en dat die manier van inrichten niet in het bestemmingsplan verboden wordt. Dat impliceert dat een bestemmingsplan zo geschreven kan worden dat het terrein in de directe omgeving van een hoofdgebouw niet ingericht mag worden voor gebruik door het hoofdgebouw.
Op dit moment is onvoldoende juridische helderheid te geven over de vraag of de bestemming ‘tuin, onbebouwd’ of een dergelijke omschrijving impliceert dat het erf niet ingericht mag worden voor gebruik ten dienste van het hoofdgebouw, en dus gevrijwaard wordt van alle vergunningvrije bouwwerken, ook de kleine. Jurisprudentie zal moeten uitwijzen welke terminologie tot gevolg heeft dat vergunningvrij bouwen wordt uitgesloten.


2. Hepldesk Bouwregelgeving, veelgestelde vragen:

Vraag 012 - Wat is een 'erf'?

In artikel 1 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is voor erf de volgende definitie opgenomen:

erf: Al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden.

Deze definitie is afgeleid uit de jurisprudentie (zie ABRS 15 september 1997, AB 1998, nr. 5). Uitgangspunt is dat het gehele perceel grond bij een hoofdgebouw (woning, bedrijfsgebouw, etc.) in beginsel als erf kan worden aangemerkt. Echter uit de systematiek van een bestemmingsplan kan voortvloeien dat bepaalde, verder van het hoofdgebouw af gelegen, delen van het perceel niet als erf aangemerkt kunnen worden. Dit zal het geval kunnen zijn bij grotere percelen, veelal gelegen buiten de bebouwde kom. Bij die percelen zie je soms dat bestemmingsplannen het perceel onderverdelen in een bouwblok, waar het hoofdgebouw kan worden gebouwd, in een gedeelte dat veelal is aangeduid als erf I of Tuin I, waarin bijgebouwen en verhardingen mogen worden gerealiseerd, en een deel dat wordt aangeduid als erf II, Tuin II, Bos of iets dergelijks. Binnen deze laatste bestemming mogen geen bouwwerken, verhardingen en andere bij normaal gebruik als erf te gebruiken terreininrichting worden gerealiseerd. Uitgaande van deze bestemmingsplansystematiek kan gesteld worden dat deze laatstbedoelde delen van een perceel niet aangemerkt kunnen worden als het erf en daar kunnen dus ook geen vergunningsvrije bouwwerken worden gebouwd.
Bij bestemmingsplannen waar aan- en uitbouwen en bijgebouwen alleen gebouwd mogen worden op een afstand van minimaal 3 meter achter de voorgevelbouwgrens (of voorgevelrooilijn) kan niet gesteld worden dat deze 3 meter-zone niet beschouwd zou kunnen worden als erf. Deze 3 meter-zone is direct gelegen bij de woning en veelal feitelijk ingericht als erf met verhardingen. Daarbij staat het Besluit omgevingsrecht het bouwen op 1 meter achter het voorerf (voor zover dit achtererfgebied is) nadrukkelijk toe. Dus in die gevallen kan niet gesteld worden dat geen sprake zou zijn van erf. Samengevat: verbieden houdt in dat al het bouwen en verharden is verboden op grond van het bestemmingsplan (of de beheersverordening).


3. Jurisprudentie

Schijndel, twintig overkappingen: definitie van het begrip 'erf'
Uitspraak Raad van State 15-9-1997

Wat verstaan we onder het begrip erf? "Daaronder dient te worden verstaan een al of niet omheind stuk grond, in ruimtelijk opzicht direct behorende bij, in, functioneel opzicht ten dienste van, en in feitelijk opzicht direct aansluitend aan een woning of een ander gebouw, dat in beginsel behoort tot de kavel(s) waarop de woning of het andere gebouw is geplaatst, zoals dat blijkt uit de kadastrale gegevens."

Binnenmaas, berging, begrip 'erf'
Raad van State, LJN: BK7438, 23-12-2009
In deze uitspraak bevestigt de Raad van State de definitie van het begrip 'erf', zoals onder meer in 1997 en 2005 gehanteerd, bij de bepaling of een bepaald bouwwerk voldoet aan de bepalingen van het Besluit Bouwvergunningvrije en licht-bouwvergunningplichtige Bouwwerken (Bblb):een erf is "een al of niet omheind stuk grond, in ruimtelijk opzicht direct behorende bij, in functioneel opzicht ten dienste van, en in feitelijk opzicht direct aansluitend aan een woning of een ander gebouw, dat in beginsel behoort tot de kavel(s) waarop de woning of een ander gebouw is geplaatst, zoals dat blijkt uit de kadastrale gegevens."


4. Discussie

De definitie van het begrip ‘erf’ in het Besluit Omgevingsrecht impliceert dat het mogelijk moet zijn om het terrein rondom een hoofdgebouw in het bestemmingsplan zo te omschrijven, dat het niet ingericht mag worden voor gebruik ten dienste van het hoofdgebouw. Is een dergelijke omschrijving eenmaal gevonden, dan mag op dit terrein helemaal geen vergunningvrij bijbehorend bouwwerk worden gebouwd.
Op Linked-in is in de loop van januari 2011 een discussie gevoerd over de vraag of dat inderdaad mogelijk is, en hoe zo’n bestemmingsplanbepaling er dan uit zou kunnen zien. Eén van de deelnemers aan de discussie is werkzaam bij de helpdesk Bouwregelgeving van de rijksoverheid.
In de discussie is bevestigd dat het mogelijk is om vergunningvrije bijbehorende bouwwerken te verhinderen bij een solitair bouwwerk dat midden op de hei staat.
Blijkens de discussie is het niet voldoende om het terrein rondom een hoofdgebouw een bestemming ‘groen’ of iets dergelijks te verlenen. Ook een groenbestemming bij een woning, of een agrarische bestemming bij een boerderij is een bestemming ten dienste van het gebruik van het hoofdgebouw. De bestemming moet zo gekozen zijn, dat daarin uitdrukkelijk en expliciet het gebruik van het terrein als normaal erf wordt uitgesloten. Dat betekent dat bebouwing niet is toegestaan en ook andere terreininrichtingen voor het gebruik als erf – zoals verhardingen of tuininrichting – worden uitgesloten.
Een voorbeeld. Bij sommige bestemmingsplannen buitengebied worden de agrarische percelen onderverdeeld in een bouwblok, waar het hoofdgebouw kan worden gebouwd, in een gedeelte dat veelal is aangeduid als Erf I of Tuin I, waarin wél bijgebouwen en verhardingen mogen worden gerealiseerd, en een deel dat wordt aangeduid als Erf II, Tuin II, Bos of Groen. Binnen deze laatste bestemming moet expliciet aangegeven zijn dat geen bouwwerken, verhardingen en andere bij normaal gebruik als erf te gebruiken terreininrichting mogen worden gerealiseerd.

Van belang in deze discussie is ook nog de definitie van het begrip ‘hoofdgebouw’. Vergunningvrij bouwen is alleen mogelijk bij een hoofdgebouw, en dat is een gebouw “dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.” Wanneer er een vrijstaande woning staat op een terrein met een agrarische bestemming (bijvoorbeeld omdat de bouwvergunning in afwijking van het bestemmingsplan is verleend, maar de bestemming van het terrein zelf niet is gewijzigd), dan is vergunningvrij bouwen op het betreffende terrein niet toegestaan. Niet omdat het om een agrarisch perceel gaat, want zelfs een woning op een agrarisch perceel heeft een ‘erf’, maar omdat de betreffende woning geen hoofdgebouw is. Wonen is immers niet noodzakelijk voor de verwezenlijking van de bestemming. Betreft het echter niet een woning, maar een hoofdgebouw met een agrarische (hoofd-) bestemming, dan is vergunningvrij bouwen op hetzelfde erf wel weer mogelijk.
In art. 6 van het BOR (bijlage II) is bepaald dat in een dergelijke situatie, waarbij een woning staat op een terrein met een niet-wonen bestemming, vergunningvrij bouwen toch nog zeer beperkt mogelijk is. De betreffende woning mag aan de zij- en achtergevel op de begane grond vergunningvrij worden uitgebouwd tot een diepte van 2,5 meter.